Jomtien Beachroad

Het gebeurt minder dan voorheen, maar toch met een bepaalde regelmaat loop ik van soi zestien naar het Dong Tan beach. Een leuke wandeling en als je je ogen en oren de kost geeft een bron van genoegen en soms ook ongenoegen. Eigenlijk doe ik het daar niet voor, maar
gewoon “om letterlijk in de running te blijven”.
Vorige week liep ik langs de politiepost van de Chaya Pruek toen het volgende gebeurde.Er kwam een oude Chinese (?) man op me af onder luid gebrul van ‘…you you you’!

Ik wachtte tot hij de rem er op had en kon vragen wat hij van me wilde. Helaas resulteerde dit in een uitgebreid relaas van zijn kant, waar ik geen chocola van kon maken. Het was geen Thais, maar hij was duidelijk ongelukkig en volharde met naar mij wijzend  ‘…you you you’.
Ach Heer, had die spraakverwarring in het oude testament maar nooit plaats gevonden, dan zouden wij elkaar begrijpen. Ik zette mijn beste beentje voor en gaf hem een lach van oor tot oor. Dat hielp. Hij lachte terug en riep blij: ‘you you you’. Hij maakte er een gebaar bij waarbij hij zijn rechter hand naar zijn eveneens rechter wang bracht en hield zijn hoofd schuin naar rechts.
Ik maakte er een slaapgebaar uit op en bedacht dat hij waarschijnlijk zijn hotel zocht. Nu is er bij mij in de soi een nieuw hotel gekomen waar bussen vol Chinezen hun tijdelijke domicilie vinden en ik schatte in dat mijn oude vriend daar best eens bij kon horen. Het betekende dat ik met hem terug moest lopen en kijken of deze gevolgtrekking inderdaad beantwoorde aan zijn vraag.
Ik maakte een gebaar, ‘kom maar mee’. Hij lachte gelukkig en tijdens de wandeling vertelde hij me honderd uit, waarbij ik vriendelijk knikkend mijn reactie vertoonde. In de soi aangekomen keek hij stralend naar het hotel en bedankte me met een nieuwe tirade. Mijn gevoel een goede daad te hebben verricht stak even de kop op, maar werd hardhandig neergeslagen door een Chinese vrouw die woedend op me af kwam rennen, de mouw uit mijn arm rukte, scheldend haar boze oog op mij gericht. De oude man keek naar me en deed slechts even met zijn hoofd en schouders een gebaar van; ‘ik kan het ook niet helpen’.
Ik lachte…..hij lachte terug.

Sieb