60. Bangkok bij Nacht

Door Dick Koger

Toen een goede vriend hier op bezoek kwam, ontmoette ik hem in zijn hotel, Pradipat Hotel geheten, in Bangkok. Hij was er al een paar dagen en vertelde, dat hij een leuk restaurant aan het eind van Pradipat Road ontdekt had. We besluiten daar te gaan eten. Hoewel ik al tientallen malen in hetzelfde hotel gelogeerd had, wist ik niet dat de straat, waaraan het was gelegen, uiteindelijk bij de rivier uit kwam. Het is daar een drukte van belang. Gigantische restaurants. We lopen er één binnen. Het is ongeveer acht uur ’s avonds. Een gerant komt ons tegemoet en zegt, dat er nog plaats is op een grote boot. Dat lijkt ons wel wat. Op het bovendek is nog een aardig tafeltje vrij. We zitten nog maar nauwelijks en hebben nog niets besteld, wanneer we de boot voelen bewegen. Ik geloof, dat we gaan varen, zeg ik voor de grap. Het is geen grap, want de afstand tot de wal wordt steeds groter. Geen probleem, dan maar op een varend schip eten. We proberen de aandacht van een ober te trekken. Dat lukt uiteindelijk en we bestellen een fles Mekong, plus de menukaart. De Mekong komt snel. Geen menukaart. Om ons heen wordt op alle tafeltjes uitbundig opgediend. Enige tijd later komt een ober vragen, wat we besteld hebben. Nog niets, maar we willen graag de menukaart, antwoorden wij. Hij loopt weg. Negen uur, iedereen zit genoeglijk te eten en wij krijgen honger. Geen menukaart. We kijken naar Bangkok bij nacht, maar zijn niet onder de indruk. Waarom keert die boot niet om, dan kunnen we ergens anders eten. We raken in gesprek met de mensen aan een naburig tafeltje, die medelijden met ons beginnen te krijgen. Ze vragen, wat we besteld hebben. Nog niets, zeggen we. Dan heeft u een probleem, zeggen ze, want je moet ruim van tevoren aan wal bestellen. Dan komt er warempel een ober met een schaal, waarop een visgerecht ligt. Dat kunnen we zien, omdat we lege graten zien. Niets om te eten dus. Het is inmiddels tien uur en we sterven van de honger. Eindelijk keert de boot om. Onze buren geven ons iets, wat ze over hebben. Het is in ieder geval vriendelijk bedoeld. We zijn eigenlijk niet eens boos. De Mekong smaakt goed en even voor twaalven meren we aan bij het vertrekpunt. We mogen, goddank, van de boot af. De visgraten worden niet in rekening gebracht. Aan wal vinden we een gezellig restaurantje en we besluiten, dat we iets geleerd hebben voor de volgende keer.