68. Een Boemeltje naar de Kust

Door Dick Koger

Iedereen kent in Bangkok het grote kopstation Hua Lampong. Van hier vertrekken treinen naar het noorden, het verre zuiden, het westen, het oosten en zelfs eenmaal per dag een boemeltje naar onze contreien. Ik kom al ruim veertig jaar in Bangkok, maar pas onlangs werd ik geattendeerd op een tweede kopstation. Simon de Goede stuurde me een heel aardig artikel uit de reiskrant van de Telegraaf. Zo aardig dat ik onmiddellijk geïnteresseerd raakte. Dit tweede station ligt aan de westelijke zijde van de rivier, in Thonburi, vlakbij het Koning Taksin plein.

Op onze ontdekkingstocht (samen met een Thaise vriend) hebben we dit standbeeld helaas gemist. Het station heet Wongwian Yai en valt nauwelijks op. Je moet weten dat het een station is. Van hieruit vertrekt ieder uur een treintje in de richting van de kust linksonder Bangkok. Naar het oude en weinig bekende vissersdorpje Maha Chai. Er is slechts één perron en dat is eigenlijk een lange winkelstraat met allemaal kraampjes. Wanneer we arriveren, staat de trein al klaar. Ik koop snel twee tickets aan een loket. Ze kosten 10 Baht per stuk en dat is niet teveel voor een reis van bijna een uur.

De wagons hebben open ramen en deuren. Tijdens het rijden is de temperatuur prima. Stapvoets verlaten we het stationnetje en aanvankelijk gaat de tocht door dichtbevolkte stadswijken. De huizen en vooral afdakjes zijn zo dicht tegen het spoor gebouwd dat het aan te raden is geen hand naar buiten te steken. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat men zich later tamelijk onthand voelt. Uiteindelijk bereiken we het groen van rijstvelden, opgesierd met oude houten huizen op palen. We zien prachtige bloemen, ficussen, fruitbomen, veel waterlelies en wanneer je mensen ziet, krijg je steeds een vriendelijke glimlach. Dit is het Thaise platteland.

      

Ik zie overigens weinig toeristen in deze trein. Eigenlijk ben ik de enige. Kennelijk is dit deel van Thailand nog niet ontdekt. Na ruim dertig minuten en talrijke stationnetjes bereiken we de eindbestemming. Ik had gelezen dat we bij een markt zouden eindigen. Dit is onjuist, we eindigen middenin een markt. Nu zo dicht tegen kraampjes aan, dat zeildoeken tegen de trein slaan. Handen binnen dus. Ik begrijp nu het ontstaan van de term eenarmige bandiet. Er is zelfs geen stationsgebouw. Slechts een klein kantoortje. Dit oude treintje doet me een beetje denken aan het oude boemeltje dat in mijn jeugd buiten alle gidsen van Rotterdam naar Oostvoorne reed, maar dit terzijde.

Maha Chai is een oude naam, maar is door Rama IV vervangen door de huidige naam Samut Sakhon. Voor ouderen, en dat ben ik, is het altijd Maha Chai gebleven. Een nog oudere naam is overigens Tha Chin oftewel Chinese pier. Maar dat was in de vijftiende eeuw, dus heel lang geleden. Chinese invloeden zijn nog overal zichtbaar.

De uitgebreide markt is gespecialiseerd in producten uit de zee en specerijen. Derhalve wandelen we door een wolk van steeds wisselende geuren. Verse vis, gedroogde vis, schaaldieren, schelpdieren. Daarnaast basilicum, foelie en allerlei curries.

       

Langs een aantrekkelijk park, dat kennelijk als sociaal centrum fungeert, wandelen we naar het water.

       

Maha Chai heeft veel te bieden. Het mooiste is een wijk, Tha Salong geheten, op enkele minuten afstand van het station, waar bewoners van alle huizen zich bezighouden met een oud ambacht. In het ene huis worden manden van riet gevlochten, in een andere wordt hout gesneden, weer in een andere wordt van garnalen pasta gemaakt. Alles is te koop.

Snel brengen we nog een bezoek aan een oude Chinese tempel met de mooie naam Kuan Yin. Deze godin houdt zich vooral bezig liefdadigheid en zorgt een vruchtbare rijstoogst. Ik vergeet een foto te maken, dus deze van Google:

Helaas hebben we geen tijd voor Mangrove Research Centrum. Hier moeten naast vele mangrovesoorten talloze vogels te zien zijn. Ook maken we geen boottocht op de Tha Chin rivier hier, richting Golf van Thailand.

Wij wandelen terug naar het station. Het loket is gesloten, want de trein gaat pas over een half uur. Wanneer het open gaat, wandel ik vast naar het andere eind van het station om zeker te zijn van een raamplaats. Even later komt mijn metgezel me vertellen dat hij het ook niet begrijpt, maar de reis is gratis. Hij heeft wel een ticket voor ons beiden. De trein is behoorlijk vol. Maar aan de andere zijde van het gangpad is een bank bezet met koffers van het personeel. Daartegenover zit een monnik. Tijdens de reis legt een geüniformeerde beambte de koffers in het bagagenet. Hij vraagt mijn metgezel en zijn buurman op de lege bank te gaan zitten. De bank tegenover me blijft tot mijn verbazing leeg. Pas bij het volgende stationnetje wordt duidelijk waarom. Een nest (ik beoog geen ooievaarsnest, maar een mierennest) schoolmeisjes stapt in. De bank voor mij wordt gevuld met drie meisjes die qua kleding en make-up zo in een seksclub zouden kunnen werken. De treinbeambte heeft met zijn vooruitziende blik de monnik bewaard voor lichamelijk contact met de voor hem verboden vruchten.

Een uur later zijn we terug in Bangkok. Deze tocht kan ik ieder aanbevelen.