1. Ang Sila

Door Dick Koger

Een aantal maanden geleden zocht ik naar een Chinese tempel, die ik jaren daarvoor met vrienden bezocht. In mijn geheugen moest hij ergens aan de kust van Sri Racha liggen. We vonden hem niet. Zoiets blijft aan je knagen tot ik enkele dagen terug op Thailandblog een artikeltje over Bansaeng las. Dit artikel leidde naar een website met alle bezienswaardigheden van Bansaeng. Het tweede item was de Wihan Thep Sathit Phra Kiiti Chaloem. Een mondvol, maar het was duidelijk dat dit de Chinese tempel was die ik zocht. Niet in Sri Racha dus, maar in Bansaeng of nauwkeuriger in Ang Sila.

We rijden dus Sukhumvit af naar het noorden en slaan linksaf bij Ang Sila. Dit is een lange weg die vooral bekend is door de talrijke winkels met stenen beelden en gebruiksvoorwerpen. Wie niet van toeristische uitstapjes houdt, kan het zakelijk houden. Hier moet je zijn om een stenen keukenvijzel te kopen. Aan het eind van de weg kom je via enkele bochten bij zee. Rechtsaf is de oude markt. Recht vooruit de vismarkt. Daartussenin een buitenverblijf van Rama IV. Een rode villa, die helaas wegens werkzaamheden vandaag gesloten is. Omdat er niemand werkt, lijkt me dit een blijvende toestand. In ieder geval een mooie tuin en een prachtig uitzicht naar zee.

ansila2         

We vervolgen onze weg langs zee naar het Zuiden en komen al snel bij de Chinese tempel. Zo’n tien jaar geleden was er één gebouw, nu zijn er velen. Allemaal even kleurrijk. Het grote verschil tussen Chinese tempels hier en de gewone Thaise zit hem niet in de overdaad aan kleuren, maar in de vorm. Thaise tempels hebben allemaal een ranke sierlijke vorm, terwijl de Chinese tempels er vierkant en lomp uitzien. Er is uiteraard ook een groot verschil in de afbeelding van Boeddha. Het is ongelooflijk dat deze historische figuur door het ene land als een slanke elegante jongeman wordt gezien en door het andere land als een uitgezakte dikbuikige oudere man. Weliswaar komt dit soms ook bij gewone mensen voor, maar ik geloof niet dat beide landen voor een verschillende leeftijd hebben gekozen. Daarnaast moeten we ons in het ene land  bescheiden opstellen ten opzichte van Boeddha, hij moet altijd boven ons uit torenen, in het andere land kan hij gewoon in een hoek op de grond staan of vaker zitten. Binnen de tempel treffen we veel beelden van monniken (?), die allemaal vrolijk opgeschilderd zijn. Het doet heel kinderlijk aan. Het geheel is zo lelijk dat het daardoor interessant is om te zien.