42. Wat Dhamma Dimitr

Wat Dhamma Nimitr, Chonburi

Op Internet kom ik een foto van een Boeddha tegen die me doet denken aan Fons Jansen. Alleen de zeer ouden onder ons weten dat dit een cabaretier was in de vorige eeuw. Hij moest als volwassene een rebels kind uitbeelden en zat daarom in stoel van enkele meters hoog. Stan Laurel en Oliver Hardy hebben ook eens zo’n scene gespeeld:

Maar terug naar de foto van Boeddha. Hij zou op een gigantische stoel moeten zitten in een tempel met de naam Wat Dhamma Nimitri en die tempel zouden we moeten vinden in Chonburi. Omdat het een Engelse site is, vermoed ik dat niet de provincie, maar de stad bedoeld is.

We rijden via de motorway en nemen de eerste afslag naar Chonburi. Mijn Thaise metgezel stopt bij een motorwerkplaats om de weg te vragen, daarbij geholpen door een afdruk van de zittende Boeddha. Vanachter mijn gesloten raam zie ik dat het vel papier van hand tot hand gaat. Tenslotte komt het in handen van de baas en hij herkent het beeld. Hij begint in gebarentaal uit te leggen, hoe we moeten rijden. Hij doet dit zo plastisch dat ik onmiddellijk het woord neem, wanneer mijn metgezel weer terugkomt. Bij de eerste stoplichten rechtsaf, daarna bij de tweede kruising weer rechtsaf, even doorrijden en dan zien we het beeld links in de bergen, zeg ik. Het blijkt precies te kloppen.

Die eerste kruising blijkt Sukhumvit Road te zijn. We rijden richting Bangkok en bij stoplichten bij een Y-achtige kruising rijden we rechtsaf richting Phanat Nikom. Na een een paar honderd meter zien we een grote Boeddha links in de bergen. Een mooie poort geeft toegang tot de tempel. Daar blijkt dat mijn vergelijking in het begin van het stuk niet klopt. Het is een stoel van veertig meter hoog, maar Boeddha is op schaal gemaakt.

         

Het geheel is bepaald indrukwekkend. Er is een weg links van het beeld, dat verder omhoog gaat en zoiets kan ik niet links laten liggen. We komen in een Chinees tempelcomplex. Huisjes voor monniken en allerlei tempels. Voor de liefhebbers, het geheel heeft als naam Chee Hong Buddhist Association.

Wanneer je als beginnend buitenlander in Thailand een leuk Boeddhabeeld koopt en dat een mooi plekje wil geven, zullen Thais je vermoedelijk snel corrigeren. De Boeddha moet hoger dan de mens en de onderkant van je voeten mogen nooit naar de Boeddha gericht zijn. Dit in tegenstelling tot de Chinese Boeddha. Die kan gerust op de grond staan. Eigenlijk begrijpelijk. Met zo’n dikke buik zou ik ook liever op de grond blijven.

Je vraagt je af, waarom binnen één geloof in Thailand de tempels en de Boeddhabeelden sierlijk zijn, terwijl beide in China of van Chinese origine het tegendeel uitstralen. Het maakt niet uit, als iedereen maar tevreden is of zoals Chinezen zo kernachtig in twee woorden zeggen: